Nieuwendijk - Wie bekend is met de geschiedenis van de Biesboscharbeiders of met het verzet in de Biesbosch, weet dat de mand tussen de oeververbindingen van het noorden en het zuiden van de Biesbosch een belangrijke rol speelde.
De mand, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, werd in 2000 teruggeplaatst om het verhaal levend te houden. Na enkele jaren was de mand door weersinvloeden vergaan en werd telkens een tijdelijk exemplaar opgehangen.

Met de paplepel ingegoten
In 2025 ging Staatsbosbeheer op zoek naar iemand die de mand authentiek en volgens oud ambacht kon maken. Die vraag kwam terecht bij Marc van der Pijl uit Nieuwendijk.
“Ik kom uit een griendwerkers- en rietsnijdersfamilie, het is me met de paplepel ingegoten. Ik ben alleen te laat voor het vak geboren”, vertelt de 53-jarige Marc van der Pijl.
“Als kind ging ik al mee naar de Biesbosch. Ik ben er opgegroeid en ben er door de jaren heen mee vergroeid. Het vlechten leerde ik van Jan Hoevenaar. Toen Staatsbosbeheer vroeg of ik een nieuwe mand kon maken, voelde dat als een eer. Ik dacht meteen aan mijn leermeester Jan en we zijn er samen aan begonnen.”
Eervol
“Ook voor mij was dit een ontzaglijke eer”, vertelt de 83-jarige Jan Hoevenaar uit Lage Zwaluwe.
“Ik ben vergroeid met de Biesbosch. Mijn vader werkte er en kende het gebied als zijn broekzak. Zo kwam hij bij het verzet; hij was een van de liniecrossers.”
De Biesbosch bleef een bijzondere plek in mijn hart
“Als jongeman ging ik elders werken als timmerman en later als uitvoerder, maar de Biesbosch bleef een bijzondere plek in mijn hart. Op mijn 61ste stopte ik met werken en trok de Biesbosch weer. Ik ben gaan gidsen, want ik kende de verhalen van binnenuit.”
Wilgenvlechten
“Van het een kwam het ander: ik ging een griend bijhouden en leerde het wilgenvlechten van Henk van Breugel uit Werkendam. Inmiddels ben ik zelf de 80-plusser die het vak wil doorgeven aan de volgende generatie.”
Dit is geen gewone mand, dit is een monument
“Zo kwam Marc bij mij in de leer. Mijn handen kunnen niet meer lang vlechten, maar deze mand maken was een cadeautje. Dit is geen gewone mand, dit is een monument.”
Communicatiemiddel
De mand had een zichtbare plek op de oever aan de noordzijde van de Amer, recht tegenover Drimmelen. Als de arbeiders die in de Biesbosch werkten aan het einde van de dag terug wilden, hesen zij de mand.
De veerman, die ook kroegbaas was van Café ’t Voske, wist dan dat zij opgehaald moesten worden. Vanaf de mand liep een dijk als voetpad door de polders waar rietsnijders en griendwerkers werkten.
Witte lakens
In de oorlog kreeg de mand een extra functie. Wie de mand hees om over te steken, kon aan witte lakens zien of de overtocht veilig was.
Waren er Duitsers in de buurt, dan hing de vrouw van de cafébaas lakens buiten als waarschuwing. Er werden verschillende tekens afgesproken en de mand speelde daarin een belangrijke rol.
Noord en zuid
“De mand symboliseerde een verbinding tussen noord en zuid. Dat heb ik bij het maken opnieuw ervaren en wil ik benadrukken”, vertelt Marc.
“Vanuit beide kanten van de Biesbosch hebben we hier samen aan gewerkt. Ik ben overal verhalen gaan ophalen, want de mand is geschiedenis. Ik was er zelf niet bij, maar wil wel het echte verhaal kennen.”
“Verhalen kwamen los bij oude Biesboschbewoners als Jan Reuser en Louis van Suijlekom. Het terugplaatsen in 2000 was een initiatief van de Vrienden van de Biesbosch.”
De Biesbosch is van ons allemaal
“Het herstellen van de mand is nu een initiatief van Staatsbosbeheer. Dat maakt niet uit; het gaat erom dat we samen de mand terugbrengen. Het gaat niet om wie wat gedaan heeft, maar om de Biesbosch. Die is van ons allemaal.”
Geen sprookje
“Griendwerkers, rietsnijders en mandenvlechters vormen een uitstervend ambacht”, zeggen de mannen.
“Het werken in de Biesbosch was geen sprookje”, benadrukt Marc.
“Het was een harde wereld. Dat mensen nu op vakantie gaan naar de Biesbosch zou voor mijn opa onbegrijpelijk zijn.”
Hart en ziel
Beide mannen zeggen dat hun vaders hart en ziel aan de Biesbosch hebben gegeven en dat dit voor hen hetzelfde geldt.
“De Biesbosch is voor mij als een ouderlijk huis. Het zit in me en daar ben ik thuis”, vertelt Marc.
Beiden zijn actief bij de vrijwillige griendwerkers die elke woensdag op de Pannekoek in Werkendam een griend onderhouden.
“Alle griendwerkers zijn 75-plussers”, zegt Jan. “En dan hebben we Marc als jonge generatie. Het ambacht sterft langzaam uit.”
Een monument
“De mand is geen simpele mand van wilgentenen, het is een monument”, benadrukt Jan.
De mand wordt op 10 maart officieel teruggehangen. Het is een mand die door twee Biesboschiconen met zorg is gevlochten: twee mannen die het verhaal van binnenuit kennen, het oude ambacht beheersen en willen dat het verhaal van de Biesbosch blijft voortleven.
Geschreven door Mariëlle Pelle
Klik hier voor meer informatie
